1 2
3 4
5 6
7 8
9 10
11 15 16
18 21 22A
22 23
26 27 28
32 38
41 42 45
47 55
56 57
59 62
ANOREXIA SURVIVAL GUIDE FOR PARENTS ™, nr. 16
Ondersteuningsmateriaal voor ouders met kinderen die in behandeling zijn voor
anorexia
Reacties van broers en zussen op een eetstoornis
In de vaktaal is elk gezin een systeem. Ieder gezinslid ondergaat en
beïnvloedt de anderen. Dit betekent dat de eetstoornis van jouw kind niet
alleen het gedrag beïnvloedt van zijn/haar broers en zussen, maar deze laatsten
eveneens impact hebben op het eetgestoord gedrag. Daar er geen formule bestaat
die de invloed van jouw kinderen op mekaar kan meten, gaan we ervan uit dat elke
invloed, direct of indirect, belangrijk genoeg is om na te gaan in hoeverre jouw
kind herstelt van een eetstoornis. Broers en zussen kunnen op uiteenlopende
manieren reageren. In mijn ervaring als therapeut komen onderstaande het meest
voor:
Boosheid
Broer, 14 jaar: "Mijn broer gedraagt zich idioot. Hij zit altijd maar
thuis en mijn vrienden zeggen dat hij geschift is. "
De hoeveelheid energie die een kind met een eetstoornis in het gezin opslorpt
is aanzienlijk. Het heen en weer rijden van en naar therapie is voor iedereen
ongemakkelijk en zenuwslopend. Het vergt heel wat organisatie om activiteiten te
plannen want broers en zussen hebben ook hun drukke bezigheden. Belangrijker is
dat er bij de andere kinderen vanwege de gespannen atmosfeer in het gezin waar
een kind lijdt aan een eetstoornis een zekere verontwaardiging en wrok kan
groeien. Zij verlangen in hun leven een vrij vreedzame, rustige basis om op
terug te vallen. Het eetprobleem van hun broer of zus legt een aanhoudende druk
op het gezin, vooral in het beginstadium waarbij de medische symptomen
beangstigend kunnen zijn. Vaak nemen de andere kinderen de stemmingen en angsten
van hun ouders over. Zij voelen de spanning bij hun ouders aan en reageren
hierop met boosheid en andere negatieve emoties.
Zus, 15 jaar: "Mijn zus pikt voortdurend mijn kleren om te zien of ze
haar al passen. Ik wil mijn kamer vergrendelen. "
Een andere bron van ergernis bij broers en zussen is de obsessie om
competitief met hun lichaamsbeeld bezig te zijn. Jouw eetgestoorde zoon/dochter
kan zich in gewicht gaan meten met één van jouw andere kinderen. Jouw zieke
kind controleert dan voortdurend het gewicht, de maten en de eetgewoonten van de
broer of zus met wie hij/zij zich wil vergelijken. Of hij/zij houdt nauwlettend
broer of zus in het oog om eventueel bij hem/haar tekens van een eetstoornis te
ontdekken. In mijn ervaring is het kenmerkend dat jongeren met een eetstoornis
zich focussen op één broer of zus. Vergelijking en competitie is echter het
typisch denkpatroon van mensen met een eetstoornis en zij kunnen hiervoor om het
even welk familielid kiezen of meerdere tegelijk.
Angst
Broer, 10 jaar: "Gaat mijn zus dood? Mijn mama huilt veel omdat mijn zus
niet wil eten. Ik ben bang dat ze dood gaat. "
Dat alle andere gezinsleden bang zijn is niet te vermijden. Angst voor de
gezondheid, over wat er zou kunnen gebeuren, hoe het verder moet, angst in
verband met de duur en de veelzijdigheid van de therapie, angst dat ze de
middelen niet blijven hebben om tegemoet te komen aan de noden van de andere
kinderen en angst dat de eetstoornis de stabiliteit van het gezin zou aantasten.
Terwijl sommige kinderen zich goed uit de slag trekken in de situatie kunnen
anderen beven van angst bij het zien wat er met hun zieke broer of zus gebeurt.
Zij willen hun ouders opbeuren en zelf getroost en gerustgesteld worden. Of zij
vermijden juist dit angstaanjagende onderwerp aan te raken omdat het zoveel
spanning en droefheid uitlokt bij de andere gezinsleden. Bange kinderen proberen
soms zoveel mogelijk dit onderwerp te mijden. Zij mijden hun zieke broer/zus uit
angst of uit boosheid.
Jaloersheid
Zus, 12 jaar: "Mijn zus is zo onnozel. Ik haat haar. Mijn ouders zijn
bezorgd en zij doet alsof zij zich van ons niets aantrekt. "
Broers en zussen kunnen terecht jaloers zijn op de buitensporige hoeveelheid
aandacht en hulpbronnen die naar het kind met de eetstoornis toestromen. De
situatie is in vele opzichten vergelijkbaar met een kind dat om het even welke
andere ernstige ziekte doormaakt die behandeling, mogelijk hospitalisatie en een
lange periode van nazorg vereist. "Gezonde" broers en zussen zijn
jaloers op het feit dat alles draait rond het kind met de eetstoornis.
Schuld
Zus, 11 jaar: "Ik zie niet in wat ik in gezinstherapie moet komen doen.
Dit is hààr probleem en ik wil hier niets mee te maken hebben. "
Andere kinderen kunnen zich schuldig voelen tegenover hun zieke broer/zus
omdat zij gezond zijn en zich goed voelen. Schuldgevoelens zijn heel gewoon
wanneer boze, verontwaardigde kinderen zich afreageren op hun zieke broer/zus.
Zij kunnen wroeging hebben omdat ze door die vijandige houding de gespannen
sfeer rond de eetstoornis nog versterkt hebben, of spijt omdat ze hun zieke
broer/zus gekwetst hebben. Die schuldgevoelens, hoe zwak ook aanwezig, kunnen
leiden tot angst waardoor het andere kind zich nors terugtrekt,of
woedeuitbarstingen heeft, sarcastische opmerkingen maakt of op een andere
passieve manier zijn/haar agressie uitdrukt.
Vijf tips voor ouders
Zij dienen om te begrijpen wat er bij de andere kinderen leeft wanneer jouw
zoon/dochter een eetstoornis heeft.
1) Eetstoornissen treffen ieder gezinslid.
Hou er rekening mee dat de eetstoornis van jouw kind op alle anderen in het
gezin zijn weerslag heeft en dat de reacties van broers en zussen inwerken op
jouw zieke kind. Bijvoorbeeld, kinderen die bang zijn voor
"ongelukken" zullen tegenover hun zieke broer/zus "op hun tenen
lopen". Vaak slaat dit een kloof tussen beiden in een periode waarin
aanwezigheid en ondersteuning welkom zou zijn.
2) Geef de eetstoornis een naam.
Geef het misbaksel een naam die de eetstoornis bij broers, zussen en
familieleden bespreekbaar maakt. Noem het "eetstoornis", gestoord
eetgedrag, anorexia, boulimia, overeetstoornis. Zoek een benaming waardoor
iedereen in de familie de ziekte waaraan jouw kind lijdt herkent en waarmee heel
het gezin moet omgaan.
3) De eetstoornis is geen familiegeheim.
Misschien praat jouw zieke kind met broer of zus niet over zijn/haar
eetstoornis omdat hij/zij hierover beschaamd is en vreest dat een ander kind dit
gaat verder vertellen. Hoewel ik begrijp dat eetstoornispatiënten hun probleem
liever voor zichzelf houden, geloof ik toch dat het beter is de eetstoornis niet
als een geheim te beschouwen. Geheimen geven spanning en kunnen schaamte
veroorzaken bij het zieke kind. Ik meen dat je in het gezin best openlijk praat
over de eetstoornis. Je kan hetgeen je vertelt aanpassen aan de leeftijd en het
intellectueel niveau van de andere kinderen en je kan rekening houden met ieders
draagkracht. Herhaal dat eetstoornissen door de meeste mensen niet begrepen
worden. Net als hun ouders moeten broers en zussen de eetstoornis leren
begrijpen. Zij blijven met veel belangrijke vragen achter. Moedig hen aan die
vragen te stellen. Je kan van gedachten wisselen over intimiteit en
vertrouwelijkheid binnen het gezin en jouw kind verzekeren dat broers en zussen
zijn/haar wens respecteren om het onderwerp niet naar buiten te brengen. Indien
nodig kan je de andere kinderen informeren bij wie zij buiten het gezin terecht
kunnen voor hulp en steun. Er zijn echter ook mensen die over hun eetstoornis
zeer open zijn zowel binnen als buiten het gezin. In dat geval kan het nodig
zijn wat meer discretie aan de dag te leggen.
4) Broers en zussen moeten hun gevoelens kunnen uiten.
Moedig hen aan te praten over hun gevoelens jegens hun broer/zus die aan een
eetstoornis lijdt. Ik heb gezien hoe kinderen vastzaten in gevoelens van wrok
die ze jarenlang meedroegen. Zij verhinderen dat broers en zussen onderling in
deze kritieke jaren naar mekaar toegroeien. Jouw kinderen hebben er misschien
behoefte aan hun gevoelens te identificeren en op zichzelf te betrekken,
bijvoorbeeld: "Ik word bang als jij niet eet. " Jullie ouders kunnen -
eventueel samen met een gezinstherapeut - hun pogingen aanmoedigen. Jouw zieke
kind heeft zeker veel baat bij zulk een open en eerlijke communicatie onder
broers en zussen. Bovendien uiten gevoelens rond de eetstoornis zich op een
negatieve, zelfs destuructieve manier indien zij niet op een constructieve
manier geplaatst kunnen worden.
5) Moedig de andere kinderen aan om mee te komen naar gezinssessies.
Indien de therapeut van jouw kind het op prijs stelt dat de andere
gezinsleden deelnemen aan de therapie, moedig dan broers en zussen aan om, ook
als zij zich verzetten, deel te nemen aan de gezinstherapie. Leg hen uit dat
heel jouw gezin lijdt onder de eetstoornis van jouw kind en dat jullie allemaal
samen deel uitmaken van het genezingsproces. Op deze manier kunnen beide ouders
samen beslissen dat hun minderjarige kinderen aanwezig zijn in de
gezinstherapie. De rol van broers en zussen staat centraal in de nieuwe
gezinsgerichte benadering bij anorexia bij opgroeiende meisjes. Het nieuwe
benaderingsmodel, zoals beschreven in het boek "Handboek voor Anorexia
Nervosa - een gezinsgerichte benadering. " ( Lock, 2001) , wijst op het
belang van broers en zussen die het zieke kind kunnen ondersteunen en aan
moedigen om op gewicht te komen.
Samenvatting
Je hebt misschien de neiging te denken dat de eetstoornis van jouw kind op
zichzelfstaand is en dat de andere kinderen hier niets mee te maken hebben.
Spijtig genoeg wordt echter heel het gezin beïnvloed. Onderlinge
verstandhouding, of die nu goed is of slecht, kan gunstig werken op de weg naar
genezing. Andere kinderen halen eveneens voordeel uit de begeleiding naar een
constructieve, ondersteunende dialoog in het gezin.
Noot :
Anorexia en andere eetstoornissen zijn ernstige ziektes. Elke persoon met anorexia heeft een ander
verhaal te vertellen, een andere achtergrond en ook een andere persoonlijkheid.
Tips die in dit document vermeld zijn, kunnen soms goed of soms minder goed van
toepassing zijn op uw eigen kind. De professionele therapeut die uw kind
begeleidt kan u het meest optimale advies en behandelingsplan voorstellen.
Nederlandse vertaling van Anorexia
Survival Guide for Parents ™/Eating Disorders
Survival Guide for Parents ™
Met dank aan de 'Vereniging Anorexia Nervosa' voor het ter beschikking
stellen van deze vertaling.
Oorspronkelijke contactinformatie
Cristen E. Haltom, Ph.D. Voice: 607-272-6750 Fax: 607-266-6414
Web: http://www.drhaltom.com © Copyright
Cristen E.
Haltom. All rights reserved. Distribution Rights: The above material is
copyrighted. You may distribute it as long as not a single word is changed,
altered or deleted, including all of the contact information. Reprint
Permission: Advance written permission must be obtained for any reprinting of
this material, including in a modified or altered form.
Anorexia
Survival Guide for Parents ™
Eating Disorders
Survival Guide for Parents ™
1. Wat als uw kind haar anorexia ontkent ?
2. Als ouder de behandeling ondersteunen
3. Schuldgevoelens als ouder
4. Tips van kinderen met anorexia voor hun ouders
5. Tips voor ouders van (kot)studenten met eetstoornissen
6. Als jouw zoon een eetprobleem heeft...
7. Wat als jouw kind van vasten 'vervalt' in eetbuien ?
8. Een gedeeltelijk herstel van een eetstoornis - Hoe ermee omgaan ?
9. 'Lessen' van een lerares
die herstelt van een eestoornis
10. Als vriendschap gestoord eten in de hand werkt.
11. Omgaan met 'het slechte nieuws' dat je kind een eetstoornis heeft.
15. Orthorexia - Als te 'gezond eten' ongezond wordt ?
16. Reactie van broers en zussen
18. Eetstoornissen bij meerderjarige kinderen
21. Gezonde familiehouding ten opzichte van voedsel en lichaamsvorm
22A (Post)traumatische reacties bij personen met een eetstoornis
22. Een eetstoornis als identiteit
23. Ben ik hersteld van mijn eetstoornis ?
26. Verhoog de media-intelligentie van jouw
dochter
27. Eetstoornissen (zoals anorexia) en perfectionisme
28. Eetstoornissen en vereenzaming
32. Nachtelijk eten
38. Als je alleen maar aan eten kunt denken
41. Binge eating - (vr)eetbuien bij
jongeren
42. Mannen die niet van hun lichaam houden
45. De hoop van een moeder
47. Omgaan met vrienden en familie
55. Oudere kinderen
56. Flexibiliteit als uitdaging
57. Als zowel ouders als kinderen
(eet-)problemen hebben
59. Schuldgevoelens omwille van de (eigen) eetstoornis
62. Herkennen van ritueel gedrag
GO TO TOP