eetstoornissen : persartikels
het versteende lichaam
(Het versteende lichaam, interview van Annemie Struyf met
An Vandeputte & vier eetstoornis-lijdsters, Knack Weekend nr. 17)
Waarom weigerden Isabelle en Annick te eten en propte Saskia zich vol?
Wat lag er zo zwaar op Eveliens maag dat ze na elke maaltijd braakte?
Het relaas van vier vrouwen over hun demonen à la limite: anorexia en
boulimie. Met z'n vieren zijn ze, jonge vrouwen tussen 18 en 38 jaar.
Knappe dames, op het eerste gezicht niets aan de hand. Vlot, verzorgd,
pittig, leuk gekleed. Apart willen ze niet met mij spreken, samen wel.
Anoniem willen ze blijven, en over de foto's bij de reportage zijn ze
heel duidelijk. Géén foto's van eten, gebakjes of overvolle koelkasten.
Géén weegschalen, géén skeletten, géén superslanke modellen. Het
stereotiepe beeld dat de media van eetstoornissen ophangen, zijn ze
kotsbeu. De clichés over het slankheidsideaal, de vreetbuien en de
overgeefsessies? Daar gaat het niet om. En dat je genezen bent als je
opnieuw een normaal gewicht hebt? Zo eenvoudig is het niet.
"Eetstoornissen
gaan niet om lijnen, slanker of mooier worden," zeggen ze met klem,
"maar om heel andere dingen." "Om emoties bijvoorbeeld",
zegt psychologe An Vandeputte. "Meisjes met een eetstoornis hebben
vaak een negatief zelfbeeld, voelen zich machteloos en onzeker, en hopen
door te diëten meer aandacht of waardering te krijgen. Eten is voor hen
een terrein dat ze wél onder controle kunnen krijgen, waar ze zelfs in
kunnen uitblinken. Ik vergelijk een eetstoornis weleens met het topje
van een ijsberg. De ijsberg is 'het versteende lichaam ': geblokkeerd,
diepgevroren, eenzijdig gefocust op eten en gewicht. Anorexiepatiënten
eten te weinig, boulimiepatiënten te veel, maar beiden concentreren
zich op één thema om met niets anders bezig te hoeven zijn. De ijsberg
maakt hen tot koude mensen, ook letterlijk: ze hebben het altijd koud.
Pas als je hen met veel warmte en structuur omringt, ontdooien ze en
kunnen ze de rommel opruimen die, onder de top van de ijsberg, zichtbaar
wordt. Therapeuten en diëtisten die zich uitsluitend op de eetstoornis
zelf richten, bestrijden alleen het symptoom en laten het eigenlijke
probleem ongemoeid."
An Vandeputte kan het weten, want zij werkt in
de Psychiatrische Kliniek in Tienen, op de afdeling Directieve Therapie
o.l.v. professor Vandereycken, waar mensen met eetstoornissen een
intensief behandelingsprogramma van maximaal zes maanden kunnen volgen.
Hier hebben Annick, Saskia, Evelien en Isabelle elkaar ontmoet, na een
verbeten gevecht dat elk van hen bijna het leven kostte. Sinds enkele
maanden proberen zij, heel voorzichtig, de draad van het gewone leven,
buiten "Tienen", weer op te nemen.
Saskia is een opvallend
knappe vrouw van 28. Klassieke trekken, felblauwe ogen, perfect figuur.
Ik kan me haast niet voorstellen dat boulimie het spookbeeld van deze
schoonheid is. Ze lacht om mijn verbazing. Saskia: "Toen mijn
vriendinnen twee jaar geleden vernamen dat ik een eetstoornis had,
schrokken ze zich ook een ongeluk. Ik was steeds de vlotte, de leuke, de
spontane. Haantje-de-voorste. Op school de perfecte leerling, thuis de
ideale dochter, maar ik voelde mij altijd te dik. Toen ik 18 was en 64
kg woog, ging ik samen met een vriendin naar een diëtiste. Ons
streefdoel was: 58 kg wegen. Zo is het allemaal begonnen. Bij mijn
vriendin vlogen de kilo's eraf; bij mij lukte het niet. Ontgoocheld
besloot ik het over een andere boeg te gooien. Op tv had ik een meisje
gezien dat na de maaltijd ging braken, en dat bracht mij op het idee. Op
het werk was het praktisch niet mogelijk om over te geven, maar thuis
braakte ik na elke maaltijd. Al snel werd het een vreselijk patroon:
eten, eten, eten en braken, braken, braken. Ik werkte keihard en was
doodsbang voor een dagje vrijaf, want ik wist dat een dag thuis een
dag-vol-eten was: 's ochtends opstaan, de snoepkast induiken,
ongelimiteerd eten, boven de wc hangen, braken, alles opruimen, opnieuw
snoepen. De hele dag hetzelfde scenario, altijd opnieuw. 'Hallo Saskia,
wat heb jij de hele dag gedaan?' vroeg mijn moeder als ze thuiskwam. 'Niets',
zei ik dan en kroop in mijn bed. Als ik met iemand uit eten ging, zat ik
vaak te popelen om naar huis te gaan: om over te geven. Pas na een jaar,
toen ik toevallig een artikel over boulimie las, besefte ik dat er iets
ernstigs met mij aan de hand was. Ik zocht contact met een zelfhulpgroep
voor boulimiepatiënten en liep van de ene psycholoog naar de andere,
maar niemand kon mij helpen. Ik wilde niets liever dan uit die eeuwige
cirkel van eten en braken stappen, maar het was sterker dan mezelf. Toen
mijn vriend, van wie ik zielsveel hield, het uitmaakte, was ik ten einde
raad en probeerde ik zelfmoord te plegen. Ik kwam op de crisisafdeling
van een psychiatrische instelling terecht, maar vond dat ik daar niet
thuishoorde. Stel je voor, ik was niet gek! Wanhopig gingen mijn ouders
op zoek naar een andere oplossing. Ze kwamen in Tienen terecht, op de
afdeling van professor Vandereycken. 'Een opname? Geen sprake van!' was
mijn eerste reactie, maar wat later stemde ik toch in met een verblijf
van één week. En na twee dagen nam ik mijn besluit: hier wil ik
blijven."
Ook Annick, Evelien en Isabelle vertellen hun verhaal.
Hoe het begon op hun 16, 17 of 18 jaar. Hoe het maanden of zelfs jaren
duurde voor ze zelf de ernst van hun toestand inzagen. Hoe ze
geterroriseerd werden door hun angst om dikker te worden. Hoe ze
braakten en laxeerden, en hoe hun eetstoornis eerst hun agenda maar
uiteindelijk heel hun leven ging beheersen. "Anorexia is vechten,
vechten en vechten", merkt Evelien droog op. Met haar 18 jaar is ze
de jongste van het groepje. "'s Avonds zit je al te bedenken wat je
de volgende dag gaat eten. 's Ochtends sta je opnieuw op met die
vreselijke vragen: wanneer ga ik eten, wat ga ik eten, hoe, hoeveel, met
wie? Als ik morgen met mijn zus uit eten ga, moet ik zorgen dat ik 's
ochtends niets gegeten heb. Neen, ik kan die afspraak beter afbellen
zodat ik van die ellendige eetsituatie verlost ben." Saskia kwam
bij, tot ze 75 kg woog. De anderen hongerden zich uit en vermagerden
zienderogen. "Mooier of slanker worden was niet mijn bedoeling",
merkt Annick op. "Neen, het gebeurde gewoon. Het was een
neerwaartse spiraal die ik onmogelijk kon stoppen." "Het is
sterker dan jezelf", zegt Evelien. "Anorexia is een stem die
jou beveelt: 'Jij mag dit niet eten, jij mag dat niet eten.' Positieve
mensen kiezen altijd het beste voor zichzelf. Mensen met een eetstoornis
niet; die kiezen de meest destructieve weg." Evelien: "Bij mij
begon het in het vierde jaar middelbaar onderwijs. Er waren problemen -
thuis, op school, relaties - en ik wilde vermageren. Maar ik ging te ver,
bleef maar afvallen, kwam terug een beetje bij, maar vermagerde opnieuw.
Toen ik 40 kg woog, vond ik ook dat het welletjes was geweest - als je
zo mager bent, vind je jezelf echt niet meer mooi, hoor! -, maar toen
was het te laat. Ik zat al te diep, ondergedompeld in sombere, negatieve
gedachten. Toen ik 36 kg woog, liet ik mij helemáál gaan. Ik wilde
niets meer eten, ging niet meer naar school en was totaal onhandelbaar.
Ik voelde mij een houten plank, altijd moe, altijd koud, fysiek uitgeput.
Niets interesseerde mij nog en op den duur was ik nog uitsluitend met
eten bezig. Ik kwam het huis niet meer uit omdat ik de hele tijd op de
weegschaal stond of calorieën telde. Toen mijn gewicht bleef dalen en
mijn toestand kritiek werd, belandde ik in Tienen. Uitgeput, dolgedraaid,
op de grens van leven en dood." In tegenstelling tot Annick en
Saskia, is Evelien nog steeds extreem mager, hoewel goed gecamoufleerd
door een modieuze, losse broek en pull. Ook Isabelle, 25 jaar en lerares
geschiedenis, beseft dat ze nog steeds veel te mager is: "Lange
tijd heb ik gedacht: 'Als ik begrijp hoe het zo ver is kunnen komen, ben
ik ervan verlost.' Maar stilaan besef ik dat het niet zo werkt. Ik
wéét nu dat ik in mijn eetstoornis alle thema's uit mijn leven
tegenkom: angst, onzekerheid, gebrek aan liefde, perfectionisme,
faalangst, negatief zelfbeeld. Als kind heb ik niet geleerd mijn
gevoelens te uiten. Er was geen plaats voor mij, geen aandacht en geen
liefde. Mijn ouders hebben mij nooit geknuffeld, nooit laten merken dat
ze van mij hielden. Ik hoefde geen perfecte ouders, alleen maar mensen
die mij graag zagen. Ik kan precies beschrijven wat er in mijn
kindertijd is fout gelopen, maar dat inzicht lost mijn probleem niet op.
Anorexia kun je best met een verslaving vergelijken. Waarom kan iemand
niet stoppen met roken, drinken of drugs? Om net dezelfde reden waarom
het voor mij zo moeilijk is mijn dwangmatig eetgedrag los te laten. Voor
mij is anorexia het perfecte beveiligingssysteem om niets te hoeven
voelen. Hoe minder ik weeg, hoe minder ik voel. Net zoals bij
depressieve mensen vlakt een eetstoornis je belevingswereld af. Als je
slechts 35 kg weegt, ben je haast letterlijk wég. En, hoe
contradictorisch ook, die vernietigende en negatieve anorexia is
tegelijkertijd ook veilig en vertrouwd gebied. Door mager en dus ook
lelijk te zijn, probeer ik de mannen op afstand te houden en mijn
omgeving te laten zien hoe slecht ik mij voel." Door de jaren zijn
deze vrouwen anorexia- en boulimiespecialisten geworden. Ze kennen de
mechanismen door en door, hebben de populaire en psychiatrische
literatuur uitgeplozen en elkaar met de neus op de harde werkelijkheid
geduwd. Isabelle: "Maar het tragische is dat we zo moeilijk ons
eigen gedrag kunnen veranderen. Soms kijk ik naar mezelf en weet ik: 'Dát
denk jij. Dát voel jij. Zo zit jij in elkaar.' Ik weet er alles over,
en erger mij nog elke dag aan de onzin die de media over eetstoornissen
rondstrooien. Als ik de beschrijving van een anorexiapatiënte lees - 'koppig,
ontkennen van ziekte, angst voor dik zijn, wil op een model lijken,
kiest voor de stille dood' -, word ik boos. Ik wil helemáál niet dood.
Integendeel, ik wil léven. En ik wil helemáál niet op een model
lijken, want ik vind de meeste modellen ook veel te mager."
An
Vandeputte: "Die kwakkel over het superslanke schoonheidsideaal
stoort hen het meest. Op een congres over anorexia vroeg een Spaanse
journalist mij onlangs: 'Vindt u niet dat de media en de modewereld een
nefaste rol spelen in de ontwikkeling van eetstoornissen?' 'Neen', heb
ik met volle overtuiging geantwoord. Natuurlijk idealiseert de
modewereld een extreem slankheidsideaal, maar als de rubensiaanse vrouw
morgen de nieuwe norm wordt, zullen eetstoornissen niet verdwijnen maar
zich gewoon op een andere manier manifesteren: anorexiepatiënten zullen
misschien boulimisch worden, of naar alcohol en drugs grijpen. Je kunt
de modewereld nooit verantwoordelijk stellen voor de eetproblemen in
onze samenleving. Want een eetstoornis heeft niet één oorzaak, maar
ontstaat door een samenspel van verschillende factoren: persoonlijkheid,
opvoeding, gezin, school, omgeving. Er zijn patronen die zich herhalen:
een negatief zelfbeeld, veeleisende ouders, gevoelige, onzekere kinderen.
Moeders die zelf depressief zijn, te zwaar op hun dochters steunen.
Meisjes die een modeldochter proberen te zijn. Kinderen die niet durven
rebelleren omdat hun ouders dat niet aankunnen. Ouders die dreigen
zelfmoord te plegen. Weet je wat dat voor een kind betekent? Is het
verwonderlijk dat zo'n meisje een eetstoornis ontwikkelt? Er zijn ook
beroepsgroepen met een hoog risico: topsporters, mannequins,
fotomodellen en dansers. Om succes te oogsten, moeten deze mensen
keihard werken en voortdurend hun voeding en gewicht controleren. Voor
onzekere, kwetsbare en perfectionistisch ingestelde jongeren is dat de
ideale voedingsbodem voor een eetstoornis. Een andere risicogroep zijn
diabetici of kinderen van hartpatiënten die op jonge leeftijd met een
strikt eetpatroon worden opgezadeld. Ook moeders met een eetstoornis
geven dat probleem gemakkelijker aan hun kinderen door. Meisjes met een
negatief seksueel verleden hebben het vaak moeilijk hun seksualiteit
positief te beleven en gebruiken anorexia soms als een wapen om zich
tegen hun vrouwelijke vormen te verzetten. Seksueel misbruik is
tegenwoordig een hot item, maar psychologisch en emotioneel misbruik
komt vaker voor, krijgt minder aandacht en is voor een kind veel
moeilijker te uiten en te benoemen. Objectief gesproken is er toch niets
misgelopen? Ook kinderen die in een extreem seksarme omgeving werden
grootgebracht, worstelen vaak met eetstoornissen. In sommige gezinnen is
elke aanraking, elke uiting van affectie of emotie taboe, zodat
sekualiteit een uiterst beladen en bedreigend terrein wordt. Andere
meisjes zijn in hun ontluikende seksualiteit te ver gegaan, voelen zich
schuldig en bannen elke vorm van seks uit hun leven. Ze willen geen
seksuele vrouw meer zijn."
's Nachts de koelkast induiken,
chocolade vreten, meer eten dan je eigenlijk wilt, lijnen en diëten...
wie heeft het nooit gedaan? En waar ligt de grens tussen een gewone
snoep- of vermageringsbui en een eetstoornis?
An Vandeputte: De meeste
eetstoornissen beginnen inderdaad met een dieet. Wist je dat meer dan de
helft van de meisjes in het middelbaar onderwijs aan het diëten is? En
als ik de leerkrachten mag geloven, zijn het er nog veel meer. Toch is
er een groot verschil tussen gewone diëters en mensen met een
eetstoornis. Pas als de drang om te vermageren je hele leven gaat
beheersen en er geen energie voor andere dingen overblijft, neig je naar
anorexia. En pas als je in moeilijke situaties systematisch met een
oncontroleerbare eetaanval reageert, neig je naar boulimie. Uit
onderzoek bij universiteitsstudenten blijkt dat heel wat jongens en
meisjes op hun kot met eetaanvallen kampen. Ook mijn man eet na een
moeilijke dag soms enkele repen chocolade na elkaar. Maar hij heeft geen
gewichtsproblemen, voelt zich achteraf niet schuldig, wordt niet
wanhopig als er geen chocolade in huis is, en verliest zijn controle
niet totaal. Het overkomt hem slechts af en toe. Controleverlies is het
sleutelwoord. Anorexia- en boulimiepatiënten verliezen hun controle
wél en worstelen dagelijks met hun probleem, vaak gevolgd door
schuldgevoel en compensatie: vinger in de mond en braken, laxeermiddelen,
plaspillen, vasten of overdreven fysieke activiteit.
Het nieuws dat
ex-minister Reginald Moreels - een man, en bovendien al wat ouder -
anorexia heeft, wekte veel verbazing. Iedereen weet het nu: anorexia
treft niet alleen jonge vrouwen.
An Vandeputte: Dat klopt. Bij mannen, slechts 5
procent van de patiënten, zijn eetstoornissen zeldzaam. Mannen diëten
trouwens om heel andere redenen dan vrouwen. Ze lijnen om gezonder,
sportiever of atletischer te zijn, niet om door een slanke lijn meer
appreciatie van anderen te krijgen. Een magere, schriele man wordt
trouwens lager gewaardeerd dan een stevige, struise kerel. Hoewel
eetstoornissen zich meestal op jonge leeftijd uiten, zijn er ook mensen
van 40, 50 of 60 jaar bij wie een chronisch eetprobleem soms jarenlang
op de achtergrond sluimert en plots acuut wordt. Crisismomenten in de
levensloop - het lege nest, verlies van werk, een relatie, een geliefde
- spelen hierbij vaak een rol. Het is ook typisch dat een eetstoornis
bij voorkeur intelligente mensen treft, die bovendien prestatiegericht
en perfectionistisch zijn ingesteld. Een eetstoornis is iets heel
gesofisticeerds, hoor. Mensen met een lager IQ uiten hun problemen veel
rechtstreekser. Er is ook een nauw verband tussen eetstoornissen en de
mate van industrialisering van een land. Kijk naar China, een land in
volle economische expansie: plots duikt daar anorexia op, een probleem
dat de Chinezen nooit hebben gekend. De lichamelijke gevolgen van
anorexia en boulimie zijn niet te onderschatten: menstruatiestoornissen,
onvruchtbaarheid, hartritmestoornissen, slaapproblemen, nier- en
leverbeschadiging, haaruitval, aantasting van het gebit, spierkrampen,
bloedarmoede, botafbraak, enzovoort. Zijn mensen met eetstoornissen zich
bewust van de roofbouw die ze op hun lichaam plegen? Uit onderzoek bij
meisjes met magerzucht blijkt dat zij geen realistisch lichaamsbesef
meer hebben, en zichzelf veel dikker inschatten dan ze zijn. Extreme
magerte merken zij wel op bij elkaar, maar niet bij zichzelf. Zo
gefixeerd zijn ze op ieder pukkeltje, rimpeltje en grammetje. Daarom
werken wij tijdens de groepstherapie met spiegelconfrontaties. Een
meisje staat voor de spiegel, bekijkt en beschrijft zichzelf, terwijl
ook de anderen commentaar geven. Op die manier wordt haar lichaamsbeeld
gecorrigeerd. Vaak heeft het - soms keiharde - commentaar van de andere
meisjes meer effect dan dat van de therapeuten. Zoals zij soms jarenlang
de ernst van hun ziekte ontkennen, negeren zij ook het lichamelijk
risico dat ze lopen. Toen een meisje op de afdeling - een topatlete -
onlangs te horen kreeg dat ze de botstructuur van een 60-jarige vrouw
heeft, niet meer zal groeien en waarschijnlijk onvruchtbaar zal blijven,
sloeg dat nieuws bij de anderen in als een bom. Een vrouw heeft 17
procent lichaamsvet nodig om te kunnen menstrueren. Het uitblijven van
de menstruatie is een eerste alarmsignaal van het lichaam - 'Jij eet te
weinig!' - en kan na verloop van tijd tot botafbraak, osteoporose,
leiden. Daarom sluiten wij met de meisjes een contract: zij moeten een
bepaald minimumgewicht behouden waarop zij kunnen menstrueren. Sommige
meisjes zitten al een hele tijd op hun gewenst gewicht voor ze terug
beginnen te menstrueren. De terugkeer van de maandstonden is een van de
laatste stappen in het herstelproces. De weg naar genezing is lang en
hard.
Onderzoek wijst uit dat ongeveer 40 procent van de patiënten
volledig herstelt, 40 procent slechts gedeeltelijk en 20 procent niet.
Ongeveer 10 procent van de patiënten overlijdt aan de gevolgen van de
eetstoornis. Hoe schat jij de toekomstkansen van Annick, Saskia, Evelien
en Isabelle in?
An Vandeputte : Ik ben positief gestemd. Door zich in onze
gespecialiseerde afdeling te laten opnemen, hebben deze vrouwen al een
belangrijke stap gezet. "Ik wil eruit!" is hun boodschap. Dit
zijn sterke mensen die jarenlang, vaak in extreem moeilijke
omstandigheden, overeind zijn gebleven. Natuurlijk hebben ze het nu,
enkele maanden na hun opname, nog moeilijk. Gedurende zes maanden hebben
ze een warm en veilig nest gevonden, en nu moeten ze het weer alleen
doen. Ze zitten allemaal op de limiet van hun contract, schommelend rond
hun minimumgewicht, maar als ze voldoende warmte en ondersteuning
krijgen, maken ze veel kans om het te halen. Oké, af en toe zullen ze
nog weleens een inzinking hebben, maar uiteindelijk zullen ze het wel
redden.
Over hun opname in Tienen spreken Saskia, Evelien, Annick en
Isabelle met niets dan lof. Grappend halen ze herinneringen op aan de
spiegelsessies, de groepstherapie, de uitstapjes, de pret, de crisissen,
de confrontaties, de gezelligheid. Saskia: "Het was een keerpunt,
een verademing. Ik voelde mij veilig en geborgen, een gevoel dat ik
nooit had gekend: niet bij mijn ouders, niet bij mijn vriend, niet bij
mijn beste vriendinnen. We waren één grote familie, allemaal met
hetzelfde probleem. Zonder woorden begrepen we elkaar. Door de therapie
en het contact met de andere meisjes begon ik stilaan te beseffen hoe
mijn eetprobleem was ontstaan. Een precieze oorzaak kan ik nog altijd
niet aanwijzen, wel verschillende factoren die tot mijn boulimie hebben
geleid. Na twee maanden ging ik terug naar huis. De eerste weken ging
alles goed, maar al snel zat ik weer in die spiraal van eten en braken.
'Tienen is de enige plek waar ze me kunnen helpen', dacht ik wanhopig.
Mijn tweede opname heeft vijf maanden geduurd, en heeft mij veel sterker
gemaakt. Sinds oktober heb ik niet één keer gebraakt of een eetbui
gehad, terwijl dat vroeger vijf à zes keer per week gebeurde. Ik heb nu
veel ondersteuning, ga wekelijks naar de psycholoog en zoek
contactfiguren, maar ik heb het nog altijd moeilijk. Ik braak niet meer,
maar zeur nu over cellulitis. Tijdens het volleybal vergelijk ik mezelf
voortdurend met de andere speelsters: 'Ach, was ik maar net zo slank als
zij.' Onder de douche voel ik mij de dikste van het hele team terwijl
dat in werkelijkheid niet zo is. 'Jij hebt toch een mooi figuur?' zeggen
ze als ik een opmerking over mijn lichaam maak. Zulke reacties maken het
alleen maar erger. 'Ze willen mij niet kwetsen', denk ik dan. Ik ben nu
28 en woon nog altijd thuis. Ik had al lang kunnen samenwonen of een
kind kunnen hebben, maar mijn eetprobleem heeft dat verhinderd. Vrijen
blijft een moeilijk punt voor mij. Ik verlang er wel naar, maar kan er
niet echt van genieten. Nog niet. Te vaak ben ik te ver gegaan om een
man te plezieren. 'Hij heeft dat nodig', dacht ik dan. Als ik een
afspraakje had, stopte ik met eten. 'Hét gaat weer gebeuren. Ik moet
mager zijn', spookte het dan door mijn hoofd. Na 'de feiten' at ik me
dan weer goed vol. Ik heb het moeilijk als een man mij aanraakt. 'Zou
hij mijn billen niet te dik vinden?' denk ik dan. Ik wil ook niet dat
een man mijn lichaam ziet. Als iemand mij vraagt of ik kinderen wil, zeg
ik vol overtuiging: 'Neen.' Zo bang ben ik om opnieuw dik te worden. Ik
heb ooit 75 kg gewogen, en dat vreselijke gevoel - die losse broeken en
die ruime T-shirts - wil ik nooit meer meemaken. Sinds enkele maanden
heb ik weer een vriend. Hij heeft veel begrip, en is zelfs mee naar de
psycholoog gegaan. Stilaan verdwijnt mijn eetprobleem naar de
achtergrond. Ik heb het gevoel dat mijn leven nu pas begint."
Evelien: "Mijn belangstelling voor jongens of een relatie hangt
nauw samen met mijn gewicht. Na mijn opname ging ik op kot in Antwerpen,
dolblij een nieuw leven te kunnen beginnen. Ik was op gewicht en had
zelfs twee vriendjes na elkaar. Maar nu, enkele maanden later, vind ik
'de buitenwereld' weer moeilijk en hard en interesseren jongens mij niet
meer. 'Laat mij toch gewoon in Tienen leven', denk ik vaak. Door mijn
eetstoornis gaat het studentenleven grotendeels aan mij voorbij. De
gezelligheid van samen te tafelen, ken ik niet. Als iemand mij mee uit
eten vraagt, raak ik in paniek: 'O neen, hoe raak ik hier onderuit?'
Toch ben ik steeds van eten blijven genieten. Ik hou van snoep en koeken
en braak tegenwoordig af en toe zodat ik nu weer naar boulimie begin te
neigen. Gisteren had ik bijvoorbeeld goed gepland wat ik vandaag zou
eten. Maar om één uur 's nachts ben ik opgestaan en heb ik weer te
veel koeken gegeten. Deze ochtend voelde ik mij zo ellendig dat ik niet
ben opgestaan en de colleges heb gemist. Genieten van het leven kan ik
niet. Positief denken kan ik niet. Ontspannen lukt me niet. In plaats
van tevreden te zijn, pieker en kritiseer ik. Mijn gedachten draaien in
negatieve cirkels. Alles heb ik geprobeerd om het leven positiever te
bekijken. Ik heb in mijn dagboek geschreven, ik heb voor de spiegel
staan roepen, ik wéét hoe ik zou moeten leven, maar ik kan het niet.
Een eetstoornis gaat niet om eten, braken of laxeren, maar om het leven
zelf. Zo zuinig ik met mijn eten ben, zo zuinig en gierig ben ik met
mijn leven. Door extreem mager te zijn, wil ik medelijden wekken,
aandacht krijgen, hulp vragen. Als ik aan de toekomst denk, droom ik van
een man en kinderen. Zelfs al moet ik ooit 55 kg wegen om kinderen te
krijgen, mij best. Maar tegelijkertijd schuif ik die plannen voor mij
uit. Later, later, later. Láter wil ik best een stevige moeder zijn.
Láter wil ik best wat dikker zijn, stevig in het vlees, maar nu nog
niet. Het liefst wil ik een gewoon leven leiden, normaal en gelukkig
zijn, maar om een of andere reden lukt dat nog niet." Isabelle:
"Het vraagt gewoon veel tijd, én veel geduld. Na drie maanden
opname ging ik naar huis, nog steeds niet op mijn streefgewicht - ik had
een nazorgcontract ondertekend met de belofte dat ik minstens 47 kg zou
wegen -, maar toch met het gevoel dat ik alweer te dik was. Thuis begon
ik stilletjes opnieuw te vermageren. Mijn tweede opname duurde vijf
maanden, mijn derde drie. Nu, na zeven jaar anorexia, probeer ik heel
voorzichtig die negatieve cirkel te doorbreken en mijn grenzen te
verleggen. Geen grote ambities - dat lukt toch niet - maar kleine,
eenvoudige stapjes. Genieten van een warm bad of een avondje tv-kijken
is voor anderen misschien doodnormaal, maar niet voor mij. En als het
mij lukt van zulke dingen te genieten, ben ik trots op mezelf. Ook voor
mij is de hoop om ooit een man en kinderen te hebben een van mijn
grootste stimulansen. Sinds kort heb ik een vriend. Ik heb hem al veel
over mijn leven verteld, maar het woord eetstoornis heb ik nog niet
uitgesproken. Ik wil geloven dat er ooit een tijd zal komen dat het
allemaal voorbij zal zijn. (verontwaardigd) Verdorie, anorexia is toch
geen erfelijke aandoening, maar aangeleerd gedrag!" Evelien recht
haar rug, lacht, en verkondigt vastbesloten: "Al word ik tachtig
jaar en resten er mij nog slechts vijf jaren te leven, toch zal ik tot
mijn laatste snik blijven geloven dat ik dat anorexiaprobleem ooit
achter mij zal laten. Oké, misschien zal ik mijn hele leven een bang en
onzeker wicht blijven, maar één ding weet ik zeker: ik wil en zal geen
anorexiamens blijven."
Annemie Struyf / Foto's Lieve Blancquaert
Met toestemming overgenomen uit: Annemie Struyf
(2000) , A la limite: het versteende lichaam, Knack Weekend, nr.17
Copyright Roularta Media Group - Het versteende lichaam - 26-04-2000
GO TO TOP