|
|
belastende ervaringen
& emoties
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
|
algemeen
|
Uit de praktijk : Contact maken met (moeilijke) eigen emoties na belastende ervaringen vroeger.
Cliënten met eetstoornissen zoeken hun kompas op
|
| Welke zijn mijn symptomen ? De cliënten brengen hun symptoomgedrag in kaart via materiaal (bijvoorbeeld klei). Vervolgens wordt dit in de groepssessie ingebracht en becommentarieerd. De bedoeling hierbij is dat de cliënten uit het isolement van het geheime eetgedrag leren te stappen. Uit de groep komt er altijd zeer veel ondersteuning op dit moment. Dit uiten van steun wordt gestimuleerd. Reacties van soortgenoten zijn een van de sterkste motivators. Vervolgens krijgt elke cliënt de taak om te kijken naar de functie van zijn symptomen namelijk : Welke zijn de voordelen en nadelen op korte en op lange termijn . |
| Hoe zou mijn leven eruit zien zonder symptomen ? Deze vraag spreekt emoties aan : Veel cliënten beschrijven zich beschaamd, bang en 'bloot' te voelen zonder symptomen. Tegelijk beseffen ze welke prijs ze betalen voor hun gedrag. |
| Metafoor van het middeleeuws kasteel Ik ga ervan uit dat cliënten meer vrijheid krijgen in het zichzelf verkennen, als ze zich veilig weten. De metafoor wordt gebruikt om aan te geven dat het moeilijk is om contact te maken met eigen gevoelens als je je overal bedreigd voelt. In een kasteel als het Gravensteen te Gent was er veel bescherming : sterke wallen, water, en wachters. De kasteelheer kon er zeker van zijn dat wie binnen de kasteelmuren verbleef, gewenst was. Hij had er een publieke ruimte waar al deze 'supporters' zich konden ophouden. Tegelijk had hij een zeer privaat stuk met een gang eraan verbonden. In deze ruimte kon hij zichzelf zijn, wetende dat er aan de andere kant van de deur steeds supporters waren. Met een geleide fantasie wordt de metafoor aangebracht. Cliënten worden aangemoedigd om na te denken over wat het voor hen nog veiliger kan maken, en krijgen dan de opdracht even stil te staan bij het warmste en koudste moment van deze behandeling. Het is een eerste oefening in het leren voelen bij zichzelf, doch nog steeds op een hier-en-nu vlak. Nadien krijgt ieder de kans hierover iets in de groep te brengen, wat ook meestal gebeurt. | |
| Fantaseer jouw veilige plek Het gevoel zich veilig te weten is cruciaal in het werken met traumaslachtoffers. Het geeft hen een gevoel van controle, en versterkt het vertrouwen om te kunnen doorgaan met therapie zonder overweldigd te worden door intense gevoelens. Individueel wordt hierrond een geleide fantasieoefening gedaan, die opgenomen wordt op audioband. Cliënten krijgen de band mee en gebruiken die als ze overspoeld worden door intense ( al of niet dissociatieve) ervaringen. Vooral 's avonds en 's nachts maken cliënten hier gebruik van. Dit zijn voor hen trigger-rijke momenten waarbij er minder opvang mogelijk is. We moedigen de cliënten aan om een veilige hoek te maken in het ziekenhuis, maar stimuleren hen geleidelijk ook om dit te doen in hun thuismilieu. |
| Grenzen aangeven Grenzen aangeven is een vrij moeilijk thema voor de meeste cliënten. Het veronderstelt dat ze eerst lichaamssignalen leren herkennen die verwittigen dat hun gevoel van veiligheid aangetast wordt. Vervolgens moeten de cliënten leren om dat ook aan te geven aan anderen : eerst in de therapiesessies, maar stilaan ook elders. Grenzen leren aangeven tegenover intimi is vaak een klus die pas tegen het einde van de behandeling volbracht is. Tijdens de therapie wordt stilgestaan bij de notie afstand-nabijheid bij hen thuis in contact met ouders en siblings. Kunnen familieleden in het dagboek lezen ? Is de verplichting er om precies te vertellen wat er tijdens de therapieën gebeurt ? Hoe worden weekends thuis doorgebracht ? | |
| Inventariseren van zelfpijnigend gedrag Ervan uitgaand dat iedere cliënt in zich ook een kant heeft die voor zichzelf het beste wil, stimuleren we hen om dit deel meer ruimte te geven. We moedigen cliënten aan zelf verantwoordelijkheid op te nemen om op alle vlakken gezonder te worden, en na te denken met welk gedrag ze zichzelf schade toebrengen. Men krijgt de opdracht een lijst te maken van zelfpijnigende gedragingen,en dit symbolisch weer te geven. In de groep wordt dit voorgesteld en besproken. Dikwijls moet de cliënt door veel schaamte heen om hierover te praten. Toch vinden wij het nodig dat de cliënt aktief uit het geheim stapt. Het is niet alleen een eerste stap in een veel uitgebreider afscheidsritueel. Het maakt het de clënt nadien gemakkelijker om van groepsleden steun te vragen op moeilijke momenten. Parallel hieraan maken de cliënten symbolische voorstellingen van alle alternatieven voor automutilatie. Wat stimuleert jouw groei en kan je helpen terug bij jezelf te komen ? | |
| Inventariseren van 'triggers' De cliënten worden aangemoedigd om te registreren welke gevoelens, gedachten en gedrag kunnen leiden tot controleverlies. | |
| De controle hier-en-nu herstellen Met elke cliënt zoeken we concrete strategieën om zelf ( vanuit het principe van zelfverantwoordelijkheid) contact te houden met de realiteit, en zo mogelijk controle-verlies voor te zijn. Cliënten ontwikkelen een nieuw gedragsscenario : niet isoleren, dagboek, praten met een groepslid, gaan joggen met iemand, tekenen, schilderen, muziek spelen, televisie kijken, zelf-hypnose cassette, lievelingsmuziek, een ijsblokje aanraken en concentreren op gevoel. |
Aan het einde van deze eerste fase van controle herwinnen in het 'hier en nu' krijgen de cliënten de keuze om al dan niet verder te gaan met therapie. Sommigen, vooral jonge cliënten zijn tevreden als ze hun eetgedrag en gewicht konden normaliseren. Velen willen dan juist verder gaan om symptoomverschuiving tegen te gaan.
Opdat beginners niet zouden overspoeld geraken door intense gevoelens en soms trigger-rijke verhalen van mede-cliënten in deze fase, verloopt in deze tweede fase de therapie in een afzonderlijke groep.
Als kennismaking brengen de cliënten in beeld hoe zij hun gezin en familierelaties zien. Meestal gebeurt deze voorstelling in klei. In de groepstherapie wordt dit verder besproken :
| Eerst worden de uitgebeelde gezinsleden voorgesteld. Gevoelens van de groep worden ingebracht : 'Waarom is je moeder de enige met een gezicht ?''Je vader heeft dezelfde kleur als jij ?' 'Je bent de kleinste !' | |
| Nadien worden relaties bevraagd : "Wie staat het dichtst bij jou ?" "Als er een probleem zou zijn in jullie familie, wie zou daar dan eerst op reageren ?" "Wat zijn goede momenten en met wie ?" Om de positie van een cliënt in haar familie beter te voelen gaat de groep de sculpting uitbeelden. | |
| In een derde stap wordt er gezocht naar verandering." Wat zou een voor jou gezondere situatie zijn ?" De cliënt zoekt naar haalbare verandering. |
Als cliënten stilstaan bij relaties in het gezin (of belangrijke relaties erbuiten) zijn vaak nonverbale signalen merkbaar. De cliënten schermen bepaalde thema's opvallend af, zijn overloyaal naar een ouder, of zijn erg zenuwachtig. Hoewel ze bij medegroepsleden al emoties zagen bij het voorbrengen van hun familiesculpting is de stap naar zelf voelen vaak nog groot. Heel veel loyaliteit, zelfkritiek, schuldgevoelens, schaamte om wat geweest is blokkeren vaak basisemoties van angst, kwaadheid en verdriet. (Leijssen, 1995)
| loyaliteit We vragen cliënten om voor hen koude en warme momenten thuis te beschrijven. We merken dat veel cliënten hun ouders als helden in de groep brengen. Als we hen nadien vragen om te kijken naar pijnlijke momenten blokkeren ze. Ze voelen zichzelf verraders of hebben het gevoel hun ouders in diskrediet te brengen. We benadrukken dat het er niet om gaat ouders voor een rechtbank te brengen, maar om weer voeling te krijgen met hoe het was als kind. Ondanks wellicht goede bedoelingen kunnen ouders toch fouten maken die pijn doen. Weer contact krijgen met die pijn, maakt verdere verwerking mogelijk. | |
| zelfkritiek 'Het was allemaal mijn fout'. 'Ik lokte het zelf uit.' Het zijn invullingen die de cliënt door de jaren heen maakte voor iets onbegrijpelijks, maar die eveneens hinderen om bij basisemoties te komen. Via de volgende opdracht stimuleren we cliënten om contact te maken met een eigen verborgen 'kleine ik'. Cliënten brengen een mooie vroegere foto mee van zichzelf. Neutrale vragen naar hobbies, school, vriendjes op die leeftijd brengen een client op een meer experientieel niveau van 'het kleine ik'. Meer cognitieve herstructurering kan ingebracht worden door circulaire vragen : 'Ken jij een kind van 6 jaar ? Beeld je in dat het naar je toekomt, begint te huilen, en jou vertelt over een probleem met haar ouders. Zou je haar hiervoor beschuldigen?' |
Wanneer een cliënt besluit te werken rond wat er gebeurde komt ze in dit derde onderdeel met eigen emoties : schaamte, kwaadheid en verdriet. Hoewel cliënten aangeven om verder te willen gaan, zijn ze vaak bang. Ze zijn bang voor wat anderen zullen denken, en voelen zich beschaamd. Ze zijn tevens bang te kwaad of te verdrietig te worden. Cliënten vragen stimulatie maar ook veiligheid. Volgende instructies willen de client uitnodigen om verder te gaan. Toch wordt evenveel tijd vrijgehouden voor bespreking van het tempo, de betekenis en de relatie.
| schaamte Een eerste instructie vormt het neerschrijven van wat als pijnlijk werd ervaren. Het is een eerste stap in het naar buiten brengen. Sommige cliënten hebben het moeilijk om rechtstreeks en open te praten over wat er met hen gebeurde. Een geheim dagboek of vormgeving in kunst kan hierin een veilige tussenstap zijn. Nadien kan de client dit tonen aan een teamlid aan wie ze vertrouwen geeft. We verplichten niemand om dit te doen, maar bekrachtigen ieder die de moed heeft om dit te doen. | |
| kwaadheid Wanneer cliënten beginnen te beseffen wat er gebeurde, komt er vaak veel kwaadheid. De cliënten worden aangemoedigd om dit niet te onderdrukken of op zichzelf af te reageren. We vragen hen zelf te zoeken naar gezonde manieren van ontlading die bij hen passen. Dit kan in sport, in kunst, in muziek, of door te roepen op een lawaaierige plek. Als de kwaadheid meer gericht is beginnen sommige cliënten aan een ongecensureerde brief. Ze worden dan geconfronteerd met intens opkomende kwaadheid. Het aanbieden van een prikkelarm lokaal met matras en gummistok kan hen veiligheid geven om kwaadheid tot expressie te laten komen, zonder te vernietigend te zijn. Duidelijke afspraken worden dan gemaakt door een teamlid dat aanwezig blijft. | |
| verdriet Zodra cliënten beseffen wat ze hebben gemist, komt er soms heel veel verdriet. Technieken waarbij ze zichzelf troosten worden aangemoedigd, terug gebruik makend van 'het kleine ik': Als een kleintje pijn heeft, mag het huilen en vragen om troost. Open brieven worden geschreven aan het kleintje in mij dat gelukkig mijn emoties bijhield... 'Spelen' is een thema dat in verschillene therapieën wordt ingebracht, dit vanuit het besef dat men al spelende verwerkt. |
Vanaf het moment dat de client de verantwoordelijkheid voor wat gebeurde kan leggen bij de dader, komt zij in dit vierde onderdeel. Ze wordt aangemoedigd een brief voor te bereiden voor haar ouders of andere belangrijke relaties. Hierin beschrijft ze de pijn van het verleden. Afrekening of ontlading is hierbij misplaatst. De bedoeling is dat de client vooraleer verder te gaan in de relatie, een moment inlast van bijsturing. 'Wat moet van me af opdat ik met je verder kan ?'
Naast het stilstaan rond deze 'moeilijke' relaties wordt geëxploreerd welke invloed vroegere ervaringen hebben op andere facetten van haar leven : sociaal, vrije tijd, werk of studies, sexualiteit, copingstrategieën,... Cliënten krijgen inzicht in de gebruikte onaangepaste strategieën en oefenen in het zoeken naar meer functionele strategieën.
In deze fase maakt de client de overgang naar een nieuw leven : 'Mezelf zijn' komt in plaats van 'misbruikt zijn '. Haar zelfbeeld verandert. Ze realiseert zich dat ze in staat is zelf vorm te geven aan haar leven, en dat ze de bronnen heeft om moeilijkheden aan te kunnen. In de therapie zoekt de client actief naar een metafoor voor haar sterkte. In een soort overgangsritueel doet ze zichzelf iets cadeau wat haar hier steeds aan herinnert (bijvoorbeeld een hangertje, een ring) Ze bouwt realistische plannen voor de toekomst. Een 'brief in de toekomst aan een echte supporter' helpt haar om bij eigen wensen en fantasieën te komen (Indien ik 5 jaar verder sta, wat zou ik mijn supporter dan graag schrijven ?). Hierop volgt een periode van zoeken naar concrete vormgeving in studies, werk, vrije tijd, familierelaties, contacten met leeftijdsgenoten,¼ Indien ze dit wenst en emotioneel hier aan toe is, bereidt ze een moment van confrontatie met familieleden voor :' Wat gebeurde vroeger, en hoe was dit voor mij. Wat verwacht ik nu en wat duld ik niet meer. Welke plannen heb ik in de toekomst, en hoe zie ik onze relatie ?' Het is een soort afscheid van wat geweest is('Ik zeg het allemaal nog een laatste maal, en dan trek ik verder conclusies rekening houdend met jullie reacties ').
Veel cliënten worden gedurende de opname erg betrokken op elkaar en hebben het moeilijk om afscheid te nemen. Daarom wordt dit thema op tijd in de therapie gebracht. Een metafoor wordt uitgewerkt over hoe het groepslid hier ervaren werd. Tenslotte geven de verschillende groepsleden een woordelijk steuntje mee in de rugzak van de client... Nieuwe doelstellingen voor nazorg worden geformuleerd, een noodplan wordt uitgewerkt, en een sterkte-zwakte analyse gegeven. Gedurende 6 maanden na ontslag worden de cliënten uitgenodigd om driewekelijks op de afdeling terug te komen. Tijdens de laatste maand van de therapie wordt tevens een ambulante therapie in het thuismilieu opgestart.
Het proces van dichter bij emoties komen en hieraan uitdrukking geven is niet af bij ontslag. Toch hebben de meeste cliënten ervaren dat ze een eigen kompas hebben, en hier zelfs op mogen vertrouwen. Ze gaan aan de slag om hun eigen weg te leiden wetende 'Soms is mijn weg wijzer dan de wegwijzer'
U zult opgemerkt hebben dat we in onze aanpak niet 'puur' volgens een bepaalde therapierichting werken, maar eerder op een 'integratieve' manier. Ik verwijs hierbij naar H. Snijders (1998). Ik ben ervan overtuigd dat zeker deze groep cliënten hierom vraagt. De groep cliënten met eetstoornissen vragen tegelijk om een directief en goed gestruktureerd kader waarbij je kort op het symptoomgedrag zit, maar zodra je aan de achterliggende betekenis raakt werk je met beleving, gevoelens, emoties...
Crowder A. (1995) Opening the door : A treatment model for therapy with male survivors of sexual abuse. Brunner-Mazel
Leijssen M.(1995) Gids voor gesprekstherapie. Utrecht : De Tijdstroom.
Snijders H.(1998) Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie nrs. 2 en 3
Swildens, H. (1988) Procesgerichte gesprekstherapie : Inleiding tot een gedifferentieerde toepassing van de clientgerichte beginselen bij de behandeling van psychische stoornissen. Amersfoort/Leuven : Acco.
An Vandeputte,
eetstoornis.be
(gebaseerd op ervaringen als psycholoog op de afdeling directieve therapie,
Kliniek Broeders Alexianen, Tienen)
met toestemming overgenomen uit :
An Vandeputte (1998). Uit de praktijk. Contact
maken met eigen emoties. Cliënten met eetstoornissen zoeken hun eigen kompas
op, Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie, 36, 265-272,
Maarssen: Elsevier / De Tijdstroom.