Hoofdstuk 13: Seksualiteit
Elly Van Vreckem en An Vandeputte
O. Inleiding
1. Achtergronden
2. Onderzoeksgegevens
3. Invloed van persoonlijkheid en
lichaamsbeleving
4. Behandeling
5. Discussie
In de literatuur en de kunst bestaat er een opmerkelijk verband
tussen eten en seksualiteit. Bij beide staan het genieten en het delen
van genot centraal. Ze lijken soms onderling uitwisselbaar en worden met
dezelfde termen beschreven. In de theorievorming over het ontstaan en de
betekenis van anorexia nervosa en boulimia nervosa zijn al snel
verbanden gelegd met de seksualiteitsbeleving. Het magere lichaam roept
bijvoorbeeld het beeld op van een terugkeer naar het aseksuele
kinderlichaam. Is de sociaal-culturele nadruk op slankheid een poging om
het seksuele verlangen van de vrouw te onderdrukken, zoals sommige
auteurs veronderstellen (onder andere Wolf 1990)? Anderen wijzen op een
verschuiving van het conflict bij vrouwen (Meadow & Weiss 1992). Tot
midden vorige eeuw ervoeren vrouwen ten opzichte van seksualiteit
dezelfde tegenstrijdige gevoelens als de vrouwen van nu tegenover
voedsel: schuldgevoelens, verlangens en angsten. Ze willen graag
controle verwerven over hun eten en hun lichaam, zoals ze dat vroeger
wilden over seksualiteit. Het universele conflict tussen afhankelijkheid
enerzijds en zelfexpressie anderzijds lijkt zich steeds meer in het
domein van het eten af te spelen. Leiden belangrijke ervaringen uit de
kinderjaren tijdens de verschillende fasen van de psychoseksuele
ontwikkeling tot de ontwikkeling van een eetstoornis, zoals in de eerste
psychoanalytische theorieën werd vermoed? De laatste jaren legt men
vooral de nadruk op de invloed van de persoonlijkheidsstructuur en de
identiteitsvorming om te komen tot een harmonische seksualiteitsbeleving.
In een interessante poging om de feministische en psychodynamische
theorieën te integreren brengt de Amerikaanse psychoanalytica Kathryn
Zerbe (1992; 1996) het seksueel disfunctioneren van
eetstoornispatiënten in verband met de onverzettelijkheid van het
geweten (vooral bij anorexia nervosa) en met een fragiele
identiteitsvorming (vooral boulimia nervosa). Seksualiteit zou een
diepgewortelde angst voor een ongecontroleerde versmelting met de
partner oproepen. In de jaren zestig en zeventig begreep men de
eetstoornis (vooral anorexia) als het onvermogen om de volwassen 'genitale'
rol op zich te nemen en om de lichaamsveranderingen van de puberteit te
integreren. Zijn eetstoornispatiënten inderdaad bang van de seksuele
verwachtingen van anderen bij het volwassen worden en identificeren ze
zich sterk met een sociaal-cultureel bepaald 'hyperfeminien' rolpatroon?
Komt dit voort uit een tekort aan zelfwaardering, een negatieve
lichaamsbeleving en een diffuse identiteit (Lewis & Johnson 1985)
Men vraagt zich inderdaad steeds vaker af of de eetstoornis nu een
afwijzen van seksuele verlangens inhoudt of juist de identificatie met
een supervrouwelijk ideaal. Tuiten e.a. (1993) schetsen dit verrassend
als een mogelijk scenario: meisjes zouden wel interesse hebben in
jongens en seksualiteit, en beginnen te lijnen en te sporten met het
doel seksueel aantrekkelijker te worden. Er ontstaat dan een paradoxale
situatie als dat vermagerende lichaam geen menstruaties en geen seksuele
verlangens meer heeft. Het vermageren wordt echter vaak een doel op zich,
los van de mogelijke seksuele betekenis. Het blijkt veelal dat
vermageren een vorm van zelfaffirmatie is binnen de wereld van meisjes
of vrouwen.
In de laatste decennia van de twintigste eeuw stond het thema
seksueel misbruik centraal. Na een lange periode van ontkenning en
stilzwijgen hieromtrent - sinds Freud benadrukte dat zijn patiënten
eerder fantasieën hadden dan echt slachtoffer van seksueel misbruik
geweest waren - werd in de jaren zeventig het taboe geleidelijk
doorbroken, mede onder invloed van de feministische beweging. In de
jaren tachtig verschenen steeds meer studies over de eventuele relatie
tussen eetstoornissen en traumatische ervaringen (vooral fysiek en
seksueel misbruik). Er werd een verband gevonden dat correlationeel was
maar vaak oorzakelijk geïnterpreteerd werd. Op het einde van de jaren
negentig kwam de thematiek dan in een sfeer van controversen terecht ten
gevolge van geruchtmakende rechtzaken (vooral in de VS) over 'valse
herinneringen' aan misbruik die zouden zijn gecreëerd door al te
voortvarende therapeuten. Hoewel seksueel misbruik nu niet meer als
specifieke oorzaak van een eetstoornis beschouwd wordt, zal men het
tegenwoordig toch als een belangrijke risicofactor beschouwen.
terug naar inhoudstafel
met toelating overgenomen uit Vandereycken, W. &
Noordenbos, G. (2003) Handboek eetstoornissen, pag. 249-267, Utrecht : De
Tijdsstroom, ISBN 90 5898 038
3