Hoofdstuk 13: Seksualiteit
Elly Van Vreckem en An Vandeputte
0. Inleiding
1. Achtergronden
2. Onderzoeksgegevens
3. Invloed
van persoonlijkheid en lichaamsbeleving
Persoonlijkheidstrekken -
Lichaamsbeleving
4. Behandeling
5. Discussie
Welke factoren kunnen de relatie tussen eetstoornis en seksualiteit
beïnvloeden? Biologische invloeden worden elders besproken (hoofdstuk
8). Dit geldt ook voor gezinsfactoren (hoofdstuk 14), leeftijd- en
ontwikkelingsgebonden aspecten (hoofdstuk 10), de betekenis van
vruchtbaarheid en partnerrelatie (hoofdstuk 15). De invloed van
traumatische ervaringen kwam reeds aan bod. Hier bespreken we de invloed
van persoonlijkheid, opvoeding en lichaamsbeleving op de seksuele
ontwikkeling van eetstoornispatiënten.
terug naar inhoudstafel
Als persoonlijkheidstrekken bij anorexiapatiënten treft men vaak een
sterke mate van rigiditeit en perfectionisme aan. Deze algemene
geremdheid belemmert de ervaring van lichamelijk en seksueel genot en
roept angst op voor een mogelijk verlies van controle (Zerbe 1996).
Zelfs gevoelens van verliefdheid zijn vaak erg verwarrend en
beangstigend, waardoor eetstoornispatiënten nog strenger beginnen te
lijnen. Seksuele gevoelens lijken intense gevoelens van schaamte en
schuld op te roepen, schaamte over het eigen lichaam en dat van de ander,
schaamte over de eigen kwetsbaarheden en onvolkomenheden. Opvallend is
ook hoe moeilijk anorexiapatiënten het hebben met plezier en spel. Ze
presenteren zichzelf meestal als veel volwassener en verantwoordelijker
dan hun leeftijdgenoten en in hun beeld van volwassen relaties past geen
plezier en groei of verandering Toch zijn deze essentieel binnen gezonde
relaties en seksualiteit, en zal hieraan in therapie aandacht moeten
worden besteed.
De persoonlijkheidstrekken die bij boulimiapatiënten de
seksualiteitsbeleving kunnen beïnvloeden, zijn verwant aan borderline
persoonlijkheidsaspecten, zoals impulsiviteit, onzekerheid, extreme
ambivalentie en afhankelijkheid in relaties. Het vroegtijdiger en
frequenter vrijen met een gevoel om te moeten presteren doet vermoeden
dat boulimiapatiënten via seksueel contact anderen willen behagen (Wiederman
1996). Ze hebben soms intense seksuele verlangens, maar blokkeren in de
intimiteit met een partner omdat ze reële lustbeleving als bedreigend
ervaren, vermoedelijk uit angst om zichzelf en de eigen lichaamsgrenzen
te verliezen. Hierdoor kunnen zij seksueel genot moeilijk delen met een
partner. Deze seksualiteitsbeleving doet denken aan de vorm van de
eetaanvallen en aan uitingen van impulsief gedrag (Vanderlinden &
Vandereycken 1997; Wiederman & Pryor 1997). Uit klinische ervaring
blijkt eveneens dat seksueel gedrag soms gebruikt wordt om een eetbui te
voorkomen of, andersom, dat boulimisch gedrag helpt om sterke seksuele
spanningen te verminderen. Kortom, eten en seksueel gedrag krijgen een
functie in de 'zelfregulering', als een manier om steun, zorg,
voldoening en rust te vinden. Kan een tekort aan lichamelijke affectie
tijdens de kinderjaren verband houden met het vermijden van seksueel
contact en met seksuele problemen bij eetstoornispatiënten? Belangrijk
lijkt ons welke boodschappen over seksualiteit en lichamelijk contact
ouders non-verbaal en verbaal, bewust en onbewust aan hun kinderen
doorgeven. Ouders zijn nogal eens erg terughoudend op gebied van het
lichamelijke en vooral anorexiapatiënten vermelden een tekort aan
seksuele voorlichting (Wiederman 1996). Gupta en Schork (1995) kwamen
tot de bevinding dat vrouwen die het hoogst scoren op
lichaamsontevredenheid en drang om te vermageren, relatief minder
lichamelijke aanrakingen van hun ouders vermeldden. Bovendien was de
drang om te vermageren verbonden met een stijging in het huidige
verlangen naar knuffels. Dit zegt echter nog niets over de
seksualiteitsbeleving zelf. Meer onderzoek is nodig om de klinische
indruk te staven dat boulimiapatiënten seksualiteit gebruiken om hun
tekort aan warmte en fysieke affectie (eventueel daterend uit de
kinderjaren) te compenseren.
terug naar inhoudstafel
Dat de lichaamsbeleving een belangrijke rol speelt in de
seksualiteitsbeleving lijkt logisch, toch is hiernaar weinig onderzoek
gedaan (Jarry 1998; zie ook hoofdstuk 12). Studies bij vrouwen met
eetstoornissen concluderen dat intense ontevredenheid over het lichaam
resulteert in het vermijden van seksuele activiteit omdat men zich
tijdens het vrijen te veel van zichzelf bewust is.
Een belangrijke verfijning van ons inzicht in deze complexe
problematiek wordt geboden door het onderzoek van Wiederman en Pryor
(1997). Zij stelden vast dat bij boulimia nervosa de ontevredenheid met
het eigen lichaam niet alleen verbonden is met de ontevredenheid over
het huidige seksleven, maar ook verband houdt met minder en later
begonnen zelfbevrediging. De negatieve houding van boulimiapatiënten
ten opzichte van hun lichaam heeft dus verregaande gevolgen voor
meerdere vormen van lichamelijk genot. Deze patiënten zullen ook minder
vaak deelnemen aan andere lichaamsgeoriënteerde activiteiten zoals
zwemmen en massage. Ze zijn zich voortdurend van hun lichaam bewust en
nemen een toeschouwersrol aan, die hen belet te genieten. Dit roept de
vraag op of men de behandeling niet het beste rechtstreeks kan richten
op de seksualiteit, om zodoende de kritische zelfbeoordelingen te doen
verminderen, dan wel bij voorkeur zou moeten werken aan het negatieve
lichaamsbeeld, om zodoende de seksualiteitsbeleving te verbeteren.
Factoren zoals perfectionisme en lichaamsbeleving werken ook op
elkaar in. Onderzoek wijst steeds meer op een onderscheid tussen 'normaal'
perfectionisme als een positieve factor met hoge persoonlijke waarden en
normen, organisatievermogen en positieve zelfervaringen (bijvoorbeeld
energiek, enthousiast, actief zijn) en een 'neurotisch' perfectionisme
met een extreme bezorgdheid over fouten, twijfels over zichzelf, zeer
kritische relaties en dergelijke (Davis 1997). Een normaal
perfectionisme blijkt gecorreleerd met positieve lichaamswaardering
indien het neurotisch perfectionisme laag is. Een negatief lichaamsbeeld
blijkt het meest aanwezig wanneer beide hoog zijn, dat wil zeggen
wanneer men te hoge doelen stelt en men zeer bang is voor een
persoonlijk mislukken, hetgeen bij eetstoornispatiënten het geval is.
Dit heeft belangrijke implicaties voor hun seksualiteitsbeleving: deze
patiënten verwachten zeer veel van intiem contact en zijn heel bang om
te falen, wat een spanning oplevert die inherent strijdig is met het
genieten van seksueel contact.
terug naar inhoudstafel
met toelating overgenomen uit Vandereycken, W. &
Noordenbos, G. (2003) Handboek eetstoornissen, pag. 249-267, Utrecht : De
Tijdsstroom, ISBN 90 5898 038
3